De geschiedenis van het Sophia Kinderziekenhuis in een notendop
Het huidige Sophia Kinderziekenhuis
De kindergeneeskunde heeft zich eigenlijk pas na de tweede
wereld oorlog ontwikkeld tot wat zij op het moment is. Voor die
tijd werden zieke kinderen behandeld als zieke volwassenen en was
er meer sprake van zorg dan geneeskunde. Fondsenwerving heeft
altijd een zeer belangrijke rol gespeeld in het Sophia. Tot ver in
de 20e eeuw was het ziekenhuis een particuliere instelling en
draaide bijna uitsluitend op gulle giften. Ook nu speelt
fondsenwerving nog steeds een belangrijke rol. Extra gelden zijn
nodig om wetenschappelijk onderzoek te kunnen blijven doen.
Daarnaast worden projecten op het gebied van patiëntenzorg
ondersteunt zoals de optimale begeleiding van ouders, ontspanning
van de kinderen en de aankleding van verpleegafdelingen.
Tijdsbeeld
De geschiedenis van de kindergeneeskunde is sinds de 2e helft van
de 19e eeuw nauw verbonden met de sociaal-economische
ontwikkelingen in West-Europa. Het was de tijd van de industriële
revolutie en er vond een massale verplaatsing van de bevolking van
het platteland naar de stad plaats. De armoede was enorm, met als
gevolg woningproblematiek, werkloosheid en zeer slechte hygiënische
omstandigheden. Vele gezinnen in Rotterdam leefden onder
erbarmelijke omstandigheden in de sloppenwijken van de stad. De
kindersterfte was hoog: 50 % van alle overledenen was jonger dan 10
jaar. Alleen het werkende deel van de bevolking mocht profiteren
van overheidsmaatregelen op geneeskundig gebied. Zieke kinderen
werden thuis 'verzorgd'. Alleen als een kind niemand had om op
terug te vallen of er geen geld was, werd er een beroep gedaan op
een instelling voor ziekenzorg. Tijdens de opleiding van een arts
werd nauwelijks aandacht besteed aan kinderen, laat staan dat hij
ze te zien kreeg.
Het eerste kinderziekenhuis in de Hoogstraat
(1863-1866)
In deze context start de geschiedenis van het Sophia. In
1863 besluiten 7 notabelen, onder de bezielende leiding van Dr. De
Monchy, tot de oprichting van een kinderziekenhuis. Gevestigd aan
de Hoogstraat (huidige koopgoot) op de eerste etage boven een
meubelwinkel. Het hele ziekenhuis omvatte twee ziekenzaaltjes (8
bedden), een keuken en een privaat. Voor frisse lucht, zonlicht en
beweging gingen de patiëntjes naar de, een paar huizen verder
gelegen, 'tuin met speelgoed' van een van de oprichters. Ook voor
de personeelsleden van het eerste uur was het behelpen. Het waren
vrouwen en meisjes van lage komaf die de ziekenverpleging in de
praktijk hadden aangeleerd en die geen enkele theoretische
kennis hadden. De geneesheer en de heelkundige waren slechts
parttimers.
Patiëntjes
Wie waren die eerste patiëntjes van het ziekenhuis? In het
Reglement staat dat alleen kinderen tussen de 2-12 jaar voor opname
in aanmerking komen. Uitgesloten zijn kinderen met schurft,
kinkhoest, evenals de zogenaamde slepende ziektegevallen. Gemiddeld
verbleven de kinderen ca. 2 maanden in het ziekenhuis. Er was
ook een polikliniek voor directe behandeling. De kosten van 40 cent
per dag werden alleen berekend aan ouders van kinderen die dit
konden betalen. Het ziekenhuis draaide bijna volledig op geld uit
liefdadigheid. Vaste donateurs maar ook inzamelingsacties vanuit de
gegoede stand hielpen mee om het ziekenhuis voor kinderen te
bekostigen.
Koningin Sophia (1869)
Koninklijk bezoek viel het Kinderziekenhuis ten deel in december
1869 toen Koningin Sophia 'de inrichting tot in de kleinste
bijzonderheden in ogenschouw nam'. Zij schonk het ziekenhuis
ƒ100,- en een naaimachine. Als tegengeschenk, dat vanzelfsprekend
niets mocht kosten, deed het bestuur het aanbod om de naam van Hare
Majesteit aan het Kinderziekenhuis te verbinden. Vanaf 1870 prijkte
er op de gevel de naam: Sophia Kinderziekenhuis.
Westersingel I(1878-1937)In 1876 werd gestart
met de bouw van het nieuwe, zeer kindvriendelijke,
kinderziekenhuis. Grote lichte zalen, een tuin, een operatie kamer
en de mogelijkheid tot dagelijks bezoek van de ouders. Een
ziekenhuis met ambitie maar met geen cent in kas. In 1878 werd het
half ingerichte ziekenhuis geopend. Geld voor de exploitatie was er
niet.
Kindergeneeskunde aan het einde van de 19e eeuw/ begin
20e eeuw
Infectie was de grootste zorg. Door de overvolle ziekenzaaltjes
baande de ene na de andere infectieziekte zich een weg. Het begrip
bacterie was nog nauwelijks doorgedrongen, laat staan dat therapie
en preventie maar enigszins daarop gericht waren. Er werd nog
gewerkt met aderlaten, bloedzuigers en met de warme verstoving van
ledematen. Daarnaast ging ook voeding een steeds belangrijkere rol
spelen in de behandeling. Er werd bier en wijn geschonken. Niet om
de artsen op te vrolijken maar als therapeutische toepassing bij de
patiëntjes.
Nieuwe behandelmethoden
Ondanks het altijd aanwezige probleem van geldgebrek gaat de
wetenschap door en deden nieuwe behandelmethoden hun intrede. Naast
het puur verplegen van patiënten werd er nu ook gezocht naar
therapieën die bepaalde ziektes kunnen voorkomen en genezen. Het
Sophia kreeg zijn eerste, zij het zeer bescheiden laboratorium voor
bacteriologisch onderzoek en er werd een röntgenapparaat
aangeschaft. Langzaam maar zeker werd de kindergeneeskunde een
volwaardig wetenschappelijk specialisme. Eenvoudige ingrepen werden
nu uitgevoerd door huisartsen en gezondheidsorganisaties.
Kindergeneeskunde 2e helft 20e eeuw
De periode na de oorlog wordt gekenmerkt door de omslag van
particulier ziekenhuis naar een ziekenhuis onder academische vlag.
De exploitatiekosten waren zo hoog opgelopen dat het erop of
eronder was. Het hoofd kon net boven water gehouden worden door
contributanten en begunstigers. Liefdadigheid was niet meer
toereikend om een ziekenhuis draaiende te houden. In 1967 kwam het
ziekenhuis in rijkshanden.
De medische wetenschap maakte na de Tweede Wereldoorlog een
stormachtige ontwikkeling door. We zien de kinderarts steeds meer
op zoek gaan naar specifieke oorzaken en nauwkeurigere
differentiatie tussen de verschillende klinische beelden. Meer en
meer aandoeningen konden worden behandeld. De ontwikkeling op het
gebied van nieuwe behandelmethoden had ook te maken met het
beschikbaar komen van nieuwe medicijnen. Door de toenemende kennis
ontwikkelden verschillende aandachtsgebieden in de
kindergeneeskunde zich tot deelspecialismen. Nieuwe terreinen als
röntgenologie en bacteriologie groeiden uit tot een veelvoud van
specialismen, sub en superspecialismen. In de jaren 50 zouden
vooral de specialismen op het terrein van de röntgenologie, de
oogheelkunde en de kindercardiologie opmars maken.
In deze periode werden ook de eerste fondsen opgericht om de
mogelijkheden van het zieke kind iets uitgebreider te maken dan de
vaste richtlijnen aangaven.
Dr. Molewaterplein (1994-……)
In 1994 verhuist het Sophia naar haar huidige behuizing. Als
onderdeel van het Erasmus MC, kan het Sophia bogen op een
bijzondere academische traditie. Het beschikt over unieke
faciliteiten en specialisten van internationaal niveau. Het Sophia
Kinderziekenhuis geldt dan ook als autoriteit op het gebied van
kindergeneeskunde en -chirurgie, kinder- en jeugdpsychiatrie en
verloskunde.
